Categorie archief: Divers
Notes 12 and 13/EXCITEMENT!
Passionate Kiss Love Scene – Anthony and Siena | Bridgerton S01E08 |
Passionate Kiss Love Scene – Anthony and Siena | Bridgerton S01E08 |
Reacties uitgeschakeld voor Notes 12 and 13/EXCITEMENT!
Opgeslagen onder Divers
Notes 7 t/m 11/EXCITEMENT!
[9]
- The Reputation of Performers: During the Regency, women who performed on stage—including actresses and opera singers—were frequently viewed as “immoral” or “loose women” by the upper-class “Ton”. Because they performed in public for money and were financially independent, they were seen as improper compared to the secluded, sheltered lives of aristocratic women.
- The “No-Go” Area of Marriage: A marriage between an aristocrat (like a Viscount) and a singer was considered a scandal, often seen as a mésalliance (a marriage with someone of lower social status) that would ruin his family’s reputation. This is why Lady Violet, Anthony’s mother, would have considered such a match an impossibility.
- Public Constraints: The social stigma meant that public outings were forbidden for such couples. They could not “wine and dine” in fashionable Mayfair restaurants, promenade in popular spots like Kew Gardens, or show themselves together at Almack’s.
- Isolation in Private: Due to these extreme social restrictions, their relationship was confined entirely to private spaces, most notably behind closed doors, to avoid ruining Anthony’s standing in society
- The Reputation of Performers: During the Regency, women who performed on stage—including actresses and opera singers—were frequently viewed as “immoral” or “loose women” by the upper-class “Ton”. Because they performed in public for money and were financially independent, they were seen as improper compared to the secluded, sheltered lives of aristocratic women.
- The “No-Go” Area of Marriage: A marriage between an aristocrat (like a Viscount) and a singer was considered a scandal, often seen as a mésalliance (a marriage with someone of lower social status) that would ruin his family’s reputation. This is why Lady Violet, Anthony’s mother, would have considered such a match an impossibility.
- Public Constraints: The social stigma meant that public outings were forbidden for such couples. They could not “wine and dine” in fashionable Mayfair restaurants, promenade in popular spots like Kew Gardens, or show themselves together at Almack’s.
- Isolation in Private: Due to these extreme social restrictions, their relationship was confined entirely to private spaces, most notably behind closed doors, to avoid ruining Anthony’s standing in society
Reacties uitgeschakeld voor Notes 7 t/m 11/EXCITEMENT!
Opgeslagen onder Divers
Notes 1 t/m 6/EXCITEMENT!
In all the scenes where Violet confronts Anthony about his extramarital escapades, she consistently refuses to utter the name ‘Siena.’
- The dynamics: By not calling her by her name, Violet refuses to recognize Siena as a flesh-and-blood human being. In Violet’s eyes, Siena is not a woman with feelings, but an abstract ‘problem’ or a ‘sin’ that needs to be resolved.
- The effect: This is one of the most disparaging forms of exclusion. Violet thereby reduces Siena to a nameless temptation, a temporary illness Anthony must recover from in order to take his duties as Viscount seriously again.
Whenever Anthony leaves the ballroom or arrives late for Daphne’s presentation, Violet directly intertwines her reprimands with the memory of his deceased father, Edmund.
- The dynamics: Violet never says directly, “You are with that inferior opera singer.” Instead, with a cold, disappointed look, she says, “Your father should see how you neglect your duties,” or “If you want people to listen to you as Lord Bridgerton, you will have to behave accordingly.”
- The effect: Through this, Violet directly links Siena to Anthony’s moral failure. Without uttering Siena’s name, she turns Siena into the embodiment of Anthony’s guilt. Siena is framed as the obstacle preventing Anthony from becoming his father’s worthy successor.
Throughout Season 1, Violet constantly pushes Anthony toward the ‘marriage mart’ and praises the virtues of young debutantes from high society.
- The dynamics: During family breakfasts or moments when she reads Lady Whistledown’s Society Papers, Violet speaks highly of the “purity,” “elegance,” and “honorability” of suitable marriage candidates. She does so while looking intently at Anthony.
- The effect: This is a razor-sharp, implicit sneer at Siena. By hammering on what makes a woman ‘respectable’ and ‘virtuous,’ she outlines a perfect profile that Siena — as a working woman and an opera singer without noble status — can never match. She thus indirectly condemns Siena as an ‘unworthy and destructive’ sin.
- “Your father never avoided his duties.”
- “Edmund loved this family fiercely, Anthony. He put our standing above all else.”
- The ledgers being left unattended.
- Anthony missing social calls or being late to family events.
- Leaving his sisters unprotected in the marriage mart.
- Immoral reputation: Actresses and opera singers were viewed by high society as women of loose morals.
- Class barrier: An aristocrat could keep a singer as a mistress, but marriage was a taboo.
- Social ruin: Such a marriage meant exclusion from high society (social death).
- Family interests: It directly ruined the marriage prospects of sisters and daughters within the noble family.
| Year | Aristocrat | Artist / Singer | Outcome / Status |
|---|---|---|---|
| 1724 | Earl of Peterborough | Anastasia Robinson (Soprano) | The marriage was kept strictly secret for years. |
| 1751 | Duke of Bolton | Lavinia Fenton (Operetta/Soprano) | Married only after the death of his first wife; caused a scandal. |
| 1838 | Earl of Essex | Catherine Stephens (Opera singer) | He married her at the age of 80, shortly before his death. |
- Bridgerton: The impossibility of this scenario is the core of the relationship between Viscount Anthony Bridgerton and opera singer Siena Rosso.
- Classical Literature: In nineteenth-century novels (such as those by Louis Couperus or George Eliot), the theater world is consistently depicted as a destructive factor for noble lineages.
Reacties uitgeschakeld voor Notes 1 t/m 6/EXCITEMENT!
Opgeslagen onder Divers
Nieuws van het Westelijk Front/Over Extreem-rechts, Lidewij de Vos en Andere Zaken


Remigratie
[VOOR WIE IN TIJDNOOD IS, LEZE DE EPILOOG]
Reacties uitgeschakeld voor Nieuws van het Westelijk Front/Over Extreem-rechts, Lidewij de Vos en Andere Zaken
Opgeslagen onder Divers
Noot 106/Waarschuwing
- Sociale Identiteit: De mens heeft een diepgewortelde biologische en sociale behoefte om bij een groep te horen, wat zorgt voor een gevoel van veiligheid. [1, 2]
- In-group Favoritisme: Mensen zijn van nature geneigd om de eigen groep te bevoordelen, aardiger te zijn voor elkaar en empathie te tonen voor soortgenoten. [1, 2]
- De Out-group Empathiekloof: Zodra we mensen als ‘de ander’ categoriseren, neemt ons vermogen om met hen mee te voelen drastisch af. Historisch gezien leidde dit tot angst, vooroordelen en in extreme gevallen agressie tegen de uit-groep. [1, 2, 3]
- De-humanisering: Om wreedheid moreel acceptabel te maken voor ‘normale’ burgers, worden out-groepen in de geschiedenis vaak neergezet als minder dan menselijk. [1]
- Morele Uitsluiting: Daden van geweld worden in de beleving van de daders soms gezien als noodzakelijk voor het behoud of de eer van de eigen cultuur. [1]
- Samenwerking en Handel: Al sinds de oudheid (bijvoorbeeld langs de Zijderoute) dwingt de noodzaak tot overleven en bloei ons ertoe om vriendschappen en allianties te sluiten met vreemden. [1]
- Out-group Empathie: Het bewust inleven in de ervaringen van de ander helpt om interculturele conflicten te verminderen en vrede op te bouwen. [1, 2]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 106/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 111/Waarschuwing
Xenofobie is een oeroude angst die door stress kan omslaan in haat en geweld
Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de anderKees van den Bos —hoogleraarDe jager-verzamelaars die de voorouders waren van de huidige mensheid, hebben een evolutionair voordeel gehad van dit gedrag, zegt Van den Bos. „Om het eenvoudig te stellen: je kon pas goed op een mammoet jagen als je dat samen deed: de een maakte een mooie speer, de ander was de beste speurder en een derde de beste werper. Mensen die tot dit soort samenwerking geneigd waren, lagen beter in de groep en hadden daardoor meer kans hun genen door te geven.”Samenwerken doe je eerder met een persoon van wie je weet dat die coöperatief is ingesteld én geen speer in je rug gooit als je even niet oplet, zegt Van den Bos. „Dat betekent dat ook het vermogen tot zelfcontrole waarschijnlijk een eigenschap is waarop positieve selectie heeft plaatsgevonden.”De voordelen van groepslidmaatschap zijn voor een jager-verzamelaar evident, aldus Van den Bos. Maar wat te doen met een ander groepje Homo sapiens dat zijn oog op dezelfde mammoet heeft laten vallen? „Dan ontstaat er strijd. De groep die zich het scherpst bewust was van de mogelijke concurrentie en daartegen het trefzekerst optrad, had de meeste kans op overleven. In een dergelijke competitieve situatie wordt de band met de eigen groep nog sterker. Mensen houden van zulke situaties: we willen graag dat onze groep beter is dan de andere groep. Basking in reflected glory, noemen psychologen dat.”Een voorliefde voor de eigen groep en afkeer van andere groepen was dus een belangrijk onderdeel van tweeduizend eeuwen evolutie van Homo sapiens. De mens is inmiddels al een jaar of 10.000 een honkvaste landbouwer, maar bezit deze reflexen nog steeds. Van den Bos: „Harvard-psycholoog Josh Green laat die doorwerking mooi zien in zijn boek Moral Tribes: Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them. Hij stelt: we zijn morele wezens – we streven het goede na, het morele, het juiste. Maar dan wél voor onze eigen stam. En ten opzichte van andere stammen kunnen we ons juist heel competitief, immoreel of zelfs agressief gedragen.”Dit begint vaak met het naar beneden halen van de concurrent. Van den Bos: „Out-group derogation heet dat. Zoiets kan onschuldig beginnen – een pesterige opmerking – maar kan escaleren als de andere groep als moreel onrechtvaardig wordt gezien. Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander, zodat je niet meer te maken hebt met mensen van vlees en bloed. Daarna is de stap naar geweld makkelijker gezet.”Ontstaan van de natiestaat
De moderne mens zit dus opgezadeld met een oeroude xenofobische impuls. Sociologen bestuderen hoe die gevoelens verankerd raken in de samenleving, zegt Marcel Lubbers. Hij is hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in onderzoek naar maatschappelijke cohesie en de invloed van migratie daarop. „Door instituties te creëren die in dienst staan van de eigen groep, wordt automatisch ook ‘de ander’ gedefinieerd. Daarmee is er dus niet langer sprake van een onbestemd gevoel over vreemdelingen, maar bakenen we duidelijk af wie er wel en wie er niet bij de in-group hoort.”Een goed voorbeeld van dit proces, zegt Lubbers, was het ontstaan van de natiestaat in de negentiende eeuw. „Toen werden allerlei instituties in het leven geroepen die moesten definiëren wie er tot het ‘wij’ van deze staten behoorden: denk aan scholen en musea die dit idee van generatie op generatie hebben doorgegeven.”Deze instituties zijn er niet alleen op gericht ‘wij’ en ‘zij’ te definiëren, zegt Lubbers. „Ze willen het ‘wij’ ook bestendigen en bevoordelen. Daartoe wordt het contrast met het ‘zij’ goed aangezet, soms zelfs zo stevig dat ‘de ander’ inferieur wordt gemaakt. Dat was bijvoorbeeld sterk het geval in de tijd van de slavernij, toen het racisme geïnstitutionaliseerd raakte dat de onmenselijke behandeling van zwarte mensen mogelijk maakte.”Naast de behoefte van een samenleving om een duidelijke afscheiding tussen de eigen groep en de buitenwereld te creëren, is er nog een sociologische verklaring voor het voortdurende bestaan van xenofobie, zegt Lubbers. „Het betreft de zondeboktheorie. In een samenleving ontstaan op allerlei manieren frustratie. Om de samenhang in een maatschappij te kunnen behouden, wordt er gezocht naar manieren om die frustraties af te reageren. Daarvoor worden mensen gebruikt die niet behoren tot de in-group, zodat de interne cohesie van de ‘wij’ niet in gevaar komt. Dat is een moment dat vreemdelingenangst kan omslaan in vreemdelingenhaat, al dan niet met geweld. De ‘anderen’ worden een uitlaatklep.”Die out-group hoeft daarvoor niet eens als inferieur te worden afgeschilderd, weet Lubbers. „Het is genoeg om te benadrukken dat deze mensen anders zijn. Je ziet dat radicaal-rechtse partijen dit doen. Zij zeggen: deze culturen zijn gewoon te verschillend om te mengen. Die notie alleen al leidt tot een versterking van het groepsgevoel.”Existentiële dreiging
Onder welke omstandigheden kan het zover komen? Lubbers: „Als de onzekerheid in een samenleving te groot wordt. Dat kan op allerlei manieren: het kan gaan om politieke of economische instabiliteit, maar ook om de komst van grote groepen migranten. Dat zijn inderdaad zaken waar de westerse wereld de afgelopen jaren mee te maken heeft gehad.”Vaak heeft de vreemdelingenhaat nog wel een zetje nodig van bovenaf, zegt Léonie de Jonge, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Tübingen en gespecialiseerd in radicaal- en extreemrechts. „In de context waarin ik xenofobie onderzoek, is die angst altijd heel sterk gekoppeld aan het nativisme: een vorm van nationalisme die stelt dat alle niet-inheemse elementen – en dan met name personen, maar ook ideeën – een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.”Radicaal-rechtse politici mobiliseren culturele onvrede hierover en presenteren de aanwezigheid van migranten als een existentiële dreiging voor de maatschappij, ziet De Jonge. „Zij wakkeren de angst aan dat de samenleving wordt overspoeld door vreemdelingen, en plukken daar vervolgens de electorale vruchten van.”Maar liften deze politici niet gewoon mee op sentimenten die sowieso aanwezig zijn in de maatschappij? De Jonge denkt van niet. „Ik vind België een fascinerende casus. Daar heb je in Vlaanderen een lange rechts-extreme politieke traditie, maar in Wallonië niet – terwijl uit onderzoek blijkt dat kiezers in Wallonië niet per se minder xenofoob zijn dan Vlamingen. Maar omdat die angst door de politici daar niet geactiveerd wordt – in Wallonië ligt meer de nadruk op economische thema’s – komt die vreemdelingenangst niet tot uitdrukking in stemgedrag.”De Jonge denkt, net als socioloog Marcel Lubbers, dat radicaal- en extreemrechtse politici in tijden van crisis dit soort gevoelens makkelijker kunnen mobiliseren. „Maar maatschappelijk ongenoegen is hierbij dus niet doorslaggevend – zie Wallonië. Het is van groot belang of gevestigde politieke partijen en de media in dit soort tijden de angst voor buitenstaanders aanwakkeren, of juist dempen.”Uit Nederlands onderzoek blijkt dat alleen al het praten over migratie in de media ervoor zorgt dat de PVV in de lift raakt, zegt De Jonge. „En als politici van de reguliere, meer rechtse en conservatieve partijen het hebben over migratie als een bedreiging voor de eigen cultuur, dan activeren zij sentimenten waarvan vooral partijen op de rechterflank profiteren.”De opkomst van extreemrechts is dus geen natuurverschijnsel, benadrukt De Jonge. Ook niet nu overal in de westerse wereld hetzelfde lijkt te gebeuren. „De houding ten opzichte van migratie onder de Europese bevolking is de afgelopen twintig jaar eigenlijk niet fundamenteel veranderd, en eerder ietsje positiever dan negatiever geworden. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels laat dat mooi zien in zijn boek Democracy Erodes from the Top. Wat er is gebeurd: de gevestigde politieke partijen hebben het veld omgeploegd waarop Wilders en de zijnen nu oogsten.”Opvoeding
De moderne mens zit dus met een 200.000 jaar oude neiging om zijn omgeving op te delen in ‘wij’ en ‘zij’, die onderverdeling is in de moderne samenleving geïnstitutionaliseerd geraakt én kan door politici op scherp worden gesteld voor electoraal gewin. Valt er tegen xenofobie en de daaruit voortvloeiende vreemdelingenhaat überhaupt wel iets te beginnen als het verschijnsel zulke sterke wortels heeft?Daarover verschillen psychologen van mening, zegt Kees van den Bos. „Iemand als John Bargh, die onderzoek doet naar onbewuste denkprocessen, is van mening dat deze sentimenten zo diep in onze hersens vastzitten dat de xenofobische reflex automatisch is. Patricia Devine, een andere belangrijke wetenschapper op dit gebied, denkt ook dat de angst voor de ander als vanzelf opkomt – maar ook dat daarmee niet het hele verhaal verteld is.”Mensen zijn namelijk bereid om onder de juiste omstandigheden die reflex te controleren en te temperen, stelt Devine. Van den Bos is het met haar eens, zegt hij. „Dat vermogen tot zelfcontrole is ook iets waarop waarschijnlijk al in de tijd van de jagers en verzamelaars is geselecteerd. Dat zie je in veel culturen terug. We willen kennelijk niet zo’n persoon zijn die toegeeft aan afkeer voor ‘de ander’. Dit zal met opvoeding te maken hebben: bij veel culturen wordt geleerd ‘het juiste’ te doen – ook ten opzichte van vreemdelingen. Uit onderzoek van Devine blijkt dat mensen echt bereid zijn tijd en energie te investeren in het onderdrukken van de xenofobische impuls.”Voor wie moeite heeft om financieel zijn hoofd boven water te houden, of voor iemand die maar geen woning kan vinden, zal die energie er misschien niet altijd zijn, realiseert Van den Bos zich. „Hier moeten we zeker niet te simpel over doen. De overheid moet goed uitleggen waarom ze doet wat ze doet – denk aan het met voorrang toewijzen van woningen aan statushouders. Als mensen overheidshandelen als kundig en legitiem ervaren, zijn ze eerder bereid het te accepteren.”Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingenMarcel Lubbers —hoogleraar
Instituties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zegt socioloog Marcel Lubbers. „Je kan daarin namelijk een norm van tolerantie vastleggen – uitdragen wat het belang daarvan is, en waarschuwen voor wat er gebeurt als het misgaat op dit vlak. Daarvoor zijn in het Europa van de twintigste eeuw genoeg voorbeelden te vinden.”Verder zouden instituties – het gaat hier om de overheid, maar bijvoorbeeld ook om de media – moeten zoeken naar overkoepelende vormen van ‘wij-zijn’, vindt Lubbers. „Zoiets als de Europese Unie, bijvoorbeeld. Die is ontstaan om een eind te maken aan de interne spanningen in Europa.”Zo’n pleidooi voor universalisme stuit wel op een belangrijk probleem, realiseert Lubbers zich. „Ja, want hoe verhoudt het zich tot de wens van de mens om zich thuis te voelen bij een eigen, duidelijk herkenbare groep?”Het valt op dat er in veel landen waar extreemrechts in opmars is, een groot deel van de bevolking vervreemd is geraakt van een groep die vroeger voor cohesie zorgde, zegt Lubbers. „Denk aan het wegvallen van religie, van vakbonden, van het belang van sociale klasse. Daarvoor in de plaats is het vaderland gekomen, nationalisme.”Wie hier iets aan wil doen, zal andere groepsgrenzen moeten activeren, zegt Lubbers. „Hier is veel onderzoek naar gedaan. Michèle Lamont bijvoorbeeld, een Canadese onderzoeker die ook een tijd in Nederland heeft gewerkt, heeft laten zien dat andere vormen van erkenning belangrijk kunnen zijn voor mensen die sterk gehecht zijn aan een natiestaat of een etnische groep. Door ze te erkennen voor hun bijdrage aan de maatschappij op andere vlakken – hun werk, hun inzet voor de regio waar ze wonen – kan je daar de angel uithalen.”Dat werkt in ieder geval beter dan mensen toebijten dat ze een racist zijn, zag Lubbers in zijn eigen onderzoek. „Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen. Mensen worden eerder nog bozer, omdat anderen het weer beter zeggen te weten. Dan gaan de hakken in het zand.”Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 8 februari 2025.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 111/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 110/Waarschuwing
Xenofobie is een oeroude angst die door stress kan omslaan in haat en geweld
Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de anderKees van den Bos —hoogleraarDe jager-verzamelaars die de voorouders waren van de huidige mensheid, hebben een evolutionair voordeel gehad van dit gedrag, zegt Van den Bos. „Om het eenvoudig te stellen: je kon pas goed op een mammoet jagen als je dat samen deed: de een maakte een mooie speer, de ander was de beste speurder en een derde de beste werper. Mensen die tot dit soort samenwerking geneigd waren, lagen beter in de groep en hadden daardoor meer kans hun genen door te geven.”Samenwerken doe je eerder met een persoon van wie je weet dat die coöperatief is ingesteld én geen speer in je rug gooit als je even niet oplet, zegt Van den Bos. „Dat betekent dat ook het vermogen tot zelfcontrole waarschijnlijk een eigenschap is waarop positieve selectie heeft plaatsgevonden.”De voordelen van groepslidmaatschap zijn voor een jager-verzamelaar evident, aldus Van den Bos. Maar wat te doen met een ander groepje Homo sapiens dat zijn oog op dezelfde mammoet heeft laten vallen? „Dan ontstaat er strijd. De groep die zich het scherpst bewust was van de mogelijke concurrentie en daartegen het trefzekerst optrad, had de meeste kans op overleven. In een dergelijke competitieve situatie wordt de band met de eigen groep nog sterker. Mensen houden van zulke situaties: we willen graag dat onze groep beter is dan de andere groep. Basking in reflected glory, noemen psychologen dat.”Een voorliefde voor de eigen groep en afkeer van andere groepen was dus een belangrijk onderdeel van tweeduizend eeuwen evolutie van Homo sapiens. De mens is inmiddels al een jaar of 10.000 een honkvaste landbouwer, maar bezit deze reflexen nog steeds. Van den Bos: „Harvard-psycholoog Josh Green laat die doorwerking mooi zien in zijn boek Moral Tribes: Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them. Hij stelt: we zijn morele wezens – we streven het goede na, het morele, het juiste. Maar dan wél voor onze eigen stam. En ten opzichte van andere stammen kunnen we ons juist heel competitief, immoreel of zelfs agressief gedragen.”Dit begint vaak met het naar beneden halen van de concurrent. Van den Bos: „Out-group derogation heet dat. Zoiets kan onschuldig beginnen – een pesterige opmerking – maar kan escaleren als de andere groep als moreel onrechtvaardig wordt gezien. Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander, zodat je niet meer te maken hebt met mensen van vlees en bloed. Daarna is de stap naar geweld makkelijker gezet.”Ontstaan van de natiestaat
De moderne mens zit dus opgezadeld met een oeroude xenofobische impuls. Sociologen bestuderen hoe die gevoelens verankerd raken in de samenleving, zegt Marcel Lubbers. Hij is hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in onderzoek naar maatschappelijke cohesie en de invloed van migratie daarop. „Door instituties te creëren die in dienst staan van de eigen groep, wordt automatisch ook ‘de ander’ gedefinieerd. Daarmee is er dus niet langer sprake van een onbestemd gevoel over vreemdelingen, maar bakenen we duidelijk af wie er wel en wie er niet bij de in-group hoort.”Een goed voorbeeld van dit proces, zegt Lubbers, was het ontstaan van de natiestaat in de negentiende eeuw. „Toen werden allerlei instituties in het leven geroepen die moesten definiëren wie er tot het ‘wij’ van deze staten behoorden: denk aan scholen en musea die dit idee van generatie op generatie hebben doorgegeven.”Deze instituties zijn er niet alleen op gericht ‘wij’ en ‘zij’ te definiëren, zegt Lubbers. „Ze willen het ‘wij’ ook bestendigen en bevoordelen. Daartoe wordt het contrast met het ‘zij’ goed aangezet, soms zelfs zo stevig dat ‘de ander’ inferieur wordt gemaakt. Dat was bijvoorbeeld sterk het geval in de tijd van de slavernij, toen het racisme geïnstitutionaliseerd raakte dat de onmenselijke behandeling van zwarte mensen mogelijk maakte.”Naast de behoefte van een samenleving om een duidelijke afscheiding tussen de eigen groep en de buitenwereld te creëren, is er nog een sociologische verklaring voor het voortdurende bestaan van xenofobie, zegt Lubbers. „Het betreft de zondeboktheorie. In een samenleving ontstaan op allerlei manieren frustratie. Om de samenhang in een maatschappij te kunnen behouden, wordt er gezocht naar manieren om die frustraties af te reageren. Daarvoor worden mensen gebruikt die niet behoren tot de in-group, zodat de interne cohesie van de ‘wij’ niet in gevaar komt. Dat is een moment dat vreemdelingenangst kan omslaan in vreemdelingenhaat, al dan niet met geweld. De ‘anderen’ worden een uitlaatklep.”Die out-group hoeft daarvoor niet eens als inferieur te worden afgeschilderd, weet Lubbers. „Het is genoeg om te benadrukken dat deze mensen anders zijn. Je ziet dat radicaal-rechtse partijen dit doen. Zij zeggen: deze culturen zijn gewoon te verschillend om te mengen. Die notie alleen al leidt tot een versterking van het groepsgevoel.”Existentiële dreiging
Onder welke omstandigheden kan het zover komen? Lubbers: „Als de onzekerheid in een samenleving te groot wordt. Dat kan op allerlei manieren: het kan gaan om politieke of economische instabiliteit, maar ook om de komst van grote groepen migranten. Dat zijn inderdaad zaken waar de westerse wereld de afgelopen jaren mee te maken heeft gehad.”Vaak heeft de vreemdelingenhaat nog wel een zetje nodig van bovenaf, zegt Léonie de Jonge, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Tübingen en gespecialiseerd in radicaal- en extreemrechts. „In de context waarin ik xenofobie onderzoek, is die angst altijd heel sterk gekoppeld aan het nativisme: een vorm van nationalisme die stelt dat alle niet-inheemse elementen – en dan met name personen, maar ook ideeën – een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.”Radicaal-rechtse politici mobiliseren culturele onvrede hierover en presenteren de aanwezigheid van migranten als een existentiële dreiging voor de maatschappij, ziet De Jonge. „Zij wakkeren de angst aan dat de samenleving wordt overspoeld door vreemdelingen, en plukken daar vervolgens de electorale vruchten van.”Maar liften deze politici niet gewoon mee op sentimenten die sowieso aanwezig zijn in de maatschappij? De Jonge denkt van niet. „Ik vind België een fascinerende casus. Daar heb je in Vlaanderen een lange rechts-extreme politieke traditie, maar in Wallonië niet – terwijl uit onderzoek blijkt dat kiezers in Wallonië niet per se minder xenofoob zijn dan Vlamingen. Maar omdat die angst door de politici daar niet geactiveerd wordt – in Wallonië ligt meer de nadruk op economische thema’s – komt die vreemdelingenangst niet tot uitdrukking in stemgedrag.”De Jonge denkt, net als socioloog Marcel Lubbers, dat radicaal- en extreemrechtse politici in tijden van crisis dit soort gevoelens makkelijker kunnen mobiliseren. „Maar maatschappelijk ongenoegen is hierbij dus niet doorslaggevend – zie Wallonië. Het is van groot belang of gevestigde politieke partijen en de media in dit soort tijden de angst voor buitenstaanders aanwakkeren, of juist dempen.”Uit Nederlands onderzoek blijkt dat alleen al het praten over migratie in de media ervoor zorgt dat de PVV in de lift raakt, zegt De Jonge. „En als politici van de reguliere, meer rechtse en conservatieve partijen het hebben over migratie als een bedreiging voor de eigen cultuur, dan activeren zij sentimenten waarvan vooral partijen op de rechterflank profiteren.”De opkomst van extreemrechts is dus geen natuurverschijnsel, benadrukt De Jonge. Ook niet nu overal in de westerse wereld hetzelfde lijkt te gebeuren. „De houding ten opzichte van migratie onder de Europese bevolking is de afgelopen twintig jaar eigenlijk niet fundamenteel veranderd, en eerder ietsje positiever dan negatiever geworden. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels laat dat mooi zien in zijn boek Democracy Erodes from the Top. Wat er is gebeurd: de gevestigde politieke partijen hebben het veld omgeploegd waarop Wilders en de zijnen nu oogsten.”Opvoeding
De moderne mens zit dus met een 200.000 jaar oude neiging om zijn omgeving op te delen in ‘wij’ en ‘zij’, die onderverdeling is in de moderne samenleving geïnstitutionaliseerd geraakt én kan door politici op scherp worden gesteld voor electoraal gewin. Valt er tegen xenofobie en de daaruit voortvloeiende vreemdelingenhaat überhaupt wel iets te beginnen als het verschijnsel zulke sterke wortels heeft?Daarover verschillen psychologen van mening, zegt Kees van den Bos. „Iemand als John Bargh, die onderzoek doet naar onbewuste denkprocessen, is van mening dat deze sentimenten zo diep in onze hersens vastzitten dat de xenofobische reflex automatisch is. Patricia Devine, een andere belangrijke wetenschapper op dit gebied, denkt ook dat de angst voor de ander als vanzelf opkomt – maar ook dat daarmee niet het hele verhaal verteld is.”Mensen zijn namelijk bereid om onder de juiste omstandigheden die reflex te controleren en te temperen, stelt Devine. Van den Bos is het met haar eens, zegt hij. „Dat vermogen tot zelfcontrole is ook iets waarop waarschijnlijk al in de tijd van de jagers en verzamelaars is geselecteerd. Dat zie je in veel culturen terug. We willen kennelijk niet zo’n persoon zijn die toegeeft aan afkeer voor ‘de ander’. Dit zal met opvoeding te maken hebben: bij veel culturen wordt geleerd ‘het juiste’ te doen – ook ten opzichte van vreemdelingen. Uit onderzoek van Devine blijkt dat mensen echt bereid zijn tijd en energie te investeren in het onderdrukken van de xenofobische impuls.”Voor wie moeite heeft om financieel zijn hoofd boven water te houden, of voor iemand die maar geen woning kan vinden, zal die energie er misschien niet altijd zijn, realiseert Van den Bos zich. „Hier moeten we zeker niet te simpel over doen. De overheid moet goed uitleggen waarom ze doet wat ze doet – denk aan het met voorrang toewijzen van woningen aan statushouders. Als mensen overheidshandelen als kundig en legitiem ervaren, zijn ze eerder bereid het te accepteren.”Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingenMarcel Lubbers —hoogleraar
Instituties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zegt socioloog Marcel Lubbers. „Je kan daarin namelijk een norm van tolerantie vastleggen – uitdragen wat het belang daarvan is, en waarschuwen voor wat er gebeurt als het misgaat op dit vlak. Daarvoor zijn in het Europa van de twintigste eeuw genoeg voorbeelden te vinden.”Verder zouden instituties – het gaat hier om de overheid, maar bijvoorbeeld ook om de media – moeten zoeken naar overkoepelende vormen van ‘wij-zijn’, vindt Lubbers. „Zoiets als de Europese Unie, bijvoorbeeld. Die is ontstaan om een eind te maken aan de interne spanningen in Europa.”Zo’n pleidooi voor universalisme stuit wel op een belangrijk probleem, realiseert Lubbers zich. „Ja, want hoe verhoudt het zich tot de wens van de mens om zich thuis te voelen bij een eigen, duidelijk herkenbare groep?”Het valt op dat er in veel landen waar extreemrechts in opmars is, een groot deel van de bevolking vervreemd is geraakt van een groep die vroeger voor cohesie zorgde, zegt Lubbers. „Denk aan het wegvallen van religie, van vakbonden, van het belang van sociale klasse. Daarvoor in de plaats is het vaderland gekomen, nationalisme.”Wie hier iets aan wil doen, zal andere groepsgrenzen moeten activeren, zegt Lubbers. „Hier is veel onderzoek naar gedaan. Michèle Lamont bijvoorbeeld, een Canadese onderzoeker die ook een tijd in Nederland heeft gewerkt, heeft laten zien dat andere vormen van erkenning belangrijk kunnen zijn voor mensen die sterk gehecht zijn aan een natiestaat of een etnische groep. Door ze te erkennen voor hun bijdrage aan de maatschappij op andere vlakken – hun werk, hun inzet voor de regio waar ze wonen – kan je daar de angel uithalen.”Dat werkt in ieder geval beter dan mensen toebijten dat ze een racist zijn, zag Lubbers in zijn eigen onderzoek. „Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen. Mensen worden eerder nog bozer, omdat anderen het weer beter zeggen te weten. Dan gaan de hakken in het zand.”Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 8 februari 2025.
Reacties uitgeschakeld voor Noot 110/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noot 109/Waarschuwing
- Oorsprong: Empathie is de capaciteit om de emoties van een ander te voelen en te begrijpen. Het is evolutionair ontstaan uit ouderzorg (het overleven van het nageslacht) en de noodzaak om samen te werken in kleine stammen. [1, 2, 3, 4]
- De In-Group bias: Empathie is biologisch gezien van nature selectief. Het helpt enorm om sociale cohesie binnen de eigen groep (in-group) te bewaren, maar het activeert onbewust ook angst of argwaan richting de buitenstaander (out-group). Het kan zelfs leiden tot parochial altruism: het opofferen voor de eigen groep gepaard met vijandigheid naar de out-group. [1, 2, 3, 4]
- Oorsprong: Compassie is het vermogen om de pijn van een ander te zien, zonder de emotionele last (de pijn of het leed) zelf intens mee te voelen. Het activeert andere hersengebieden (zoals de beloningscentra) en is meer gericht op actie om te helpen. [1, 2, 3]
- De In/Out-Group dynamiek: Omdat compassie (in tegenstelling tot empathie) niet gepaard gaat met het overnemen van andermans stress of angst, is het evolutionair gezien een ‘hoger’ mechanisme. Het is flexibeler en laat zich minder leiden door groepsgrenzen. Terwijl empathie voor een out-group moeizaam kan zijn of zelfs kan omslaan in empathisch falen, stelt compassie je in staat om zorg te bieden op basis van universele menselijkheid, onafhankelijk van groepsidentiteit. [1, 2, 3, 4]
Reacties uitgeschakeld voor Noot 109/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers
Noten 107 en 108/Waarschuwing
- Overleving: In onze evolutionaire geschiedenis was het leven in een hechte groep (In-Group) essentieel voor overleving. Het zorgde voor veiligheid, voedsel en bescherming. [1]
- Wantrouwen: Om diezelfde reden ontwikkelden we een aangeboren neiging tot wantrouwen en angst (Out-Group bias) tegenover onbekenden of rivaliserende stammen; zij vormden immers een potentiële bedreiging voor schaarse hulpbronnen. [1]
- Oxytocine: Dit ‘knuffelhormoon’ stimuleert verbinding en altruïsme. Hoewel het van nature vooral de eigen groep beschermt, kan het – mits geactiveerd door sociaal contact – ook zorgen voor universeel vertrouwen en empathie. [1, 2]
- Relativering door gedeelde identiteit: Ons brein is flexibel. Door compassie actief in te zetten, leert het brein de Out-Group niet langer als een bedreiging te zien, maar als soortgenoten die net als wij lijden en verlangen naar geluk.
- Dehumanisering tegengaan: Compassie doorbreekt de automatische reactie van angst en het ‘dehumaniseren’ van de ander. Het verbreedt de cirkel van onze ‘morele gemeenschap’. [1]
- Zorg voor nakomelingen: Volgens evolutionaire biologen is compassie ontstaan als onderdeel van ons ‘zorgsysteem’. Het zorgt ervoor dat ouders kwetsbare nakomelingen beschermen en grootbrengen. [1]
- Overleving van de groep: In de oertijd waren mensen sterk afhankelijk van groepsverbanden (de in-group). Compassie en altruïsme versterkten de onderlinge banden, wat de overlevingskansen van de hele groep vergrootte. [1, 2, 3]
- Biologische bias: Vanuit evolutionair perspectief zijn we geprogrammeerd om ons veiliger te voelen bij mensen die op ons lijken (de in-group). Dit leidt tot ‘in-group favoritism’ en vaak wantrouwen of vijandigheid naar onbekenden (de out-group). [1, 2]
- De rol van Oxytocine: Het hormoon oxytocine speelt een grote rol bij compassie en groepsbinding, maar onderzoek toont aan dat het ook de afkeer tegenover de out-group juist kan versterken als er competitie is om schaarse middelen. [1]
- Gedeelde menselijkheid: Recent onderzoek in de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen toont aan dat compassie verder kan reiken dan de eigen groep. Door de focus te leggen op een gedeelde identiteit of gemeenschappelijke kwetsbaarheid, kunnen de hersenen de out-group alsnog als deel van de eigen groep gaan beschouwen. [1, 2]
- Cultuur en cognitie: Naast onze biologische instincten beschikken we over complexe cognitieve vermogens. We kunnen onze empathie en compassie trainen en bewust inzetten om begrip te creëren voor andere groepen, waardoor de strikte in-group/out-group dynamiek wordt gerelativeerd. [1]
- Overleving: In onze evolutionaire geschiedenis was het leven in een hechte groep (In-Group) essentieel voor overleving. Het zorgde voor veiligheid, voedsel en bescherming. [1]
- Wantrouwen: Om diezelfde reden ontwikkelden we een aangeboren neiging tot wantrouwen en angst (Out-Group bias) tegenover onbekenden of rivaliserende stammen; zij vormden immers een potentiële bedreiging voor schaarse hulpbronnen. [1]
- Oxytocine: Dit ‘knuffelhormoon’ stimuleert verbinding en altruïsme. Hoewel het van nature vooral de eigen groep beschermt, kan het – mits geactiveerd door sociaal contact – ook zorgen voor universeel vertrouwen en empathie. [1, 2]
- Relativering door gedeelde identiteit: Ons brein is flexibel. Door compassie actief in te zetten, leert het brein de Out-Group niet langer als een bedreiging te zien, maar als soortgenoten die net als wij lijden en verlangen naar geluk.
- Dehumanisering tegengaan: Compassie doorbreekt de automatische reactie van angst en het ‘dehumaniseren’ van de ander. Het verbreedt de cirkel van onze ‘morele gemeenschap’. [1]
- Zorg voor nakomelingen: Volgens evolutionaire biologen is compassie ontstaan als onderdeel van ons ‘zorgsysteem’. Het zorgt ervoor dat ouders kwetsbare nakomelingen beschermen en grootbrengen. [1]
- Overleving van de groep: In de oertijd waren mensen sterk afhankelijk van groepsverbanden (de in-group). Compassie en altruïsme versterkten de onderlinge banden, wat de overlevingskansen van de hele groep vergrootte. [1, 2, 3]
- Biologische bias: Vanuit evolutionair perspectief zijn we geprogrammeerd om ons veiliger te voelen bij mensen die op ons lijken (de in-group). Dit leidt tot ‘in-group favoritism’ en vaak wantrouwen of vijandigheid naar onbekenden (de out-group). [1, 2]
- De rol van Oxytocine: Het hormoon oxytocine speelt een grote rol bij compassie en groepsbinding, maar onderzoek toont aan dat het ook de afkeer tegenover de out-group juist kan versterken als er competitie is om schaarse middelen. [1]
- Gedeelde menselijkheid: Recent onderzoek in de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen toont aan dat compassie verder kan reiken dan de eigen groep. Door de focus te leggen op een gedeelde identiteit of gemeenschappelijke kwetsbaarheid, kunnen de hersenen de out-group alsnog als deel van de eigen groep gaan beschouwen. [1, 2]
- Cultuur en cognitie: Naast onze biologische instincten beschikken we over complexe cognitieve vermogens. We kunnen onze empathie en compassie trainen en bewust inzetten om begrip te creëren voor andere groepen, waardoor de strikte in-group/out-group dynamiek wordt gerelativeerd. [1]
Reacties uitgeschakeld voor Noten 107 en 108/Waarschuwing
Opgeslagen onder Divers

