Noot 111/Waarschuwing

[110]
NRC

Xenofobie is een oeroude angst die door stress kan omslaan in haat en geweld

6 FEBRUARI 2025
Geschiedenis Vreemdelingenangst is diep geworteld in de mens. Soms speelt die xenofobie hevig op en worden zondebokken met geweld bejegend. Hoe kan dat?
Bij de oude Egyptenaren heetten ze ni-remetjoe, niet-mensen. Bij de bevolking van Mesopotamië apiru, mensen van het vuil. En de Grieken hadden het over bárbaros, brabbelaars.
Wie denkt dat xenofobie – Grieks: angst voor vreemdelingen – een modern verschijnsel is, vergist zich. Zodra een beschaving het schrift ontdekte – of dat nou hiëroglyfen, spijkerschrift of het alfabet was – bleek dat er een pejoratief bestond voor buitenstaanders: een woord waarmee mensen die zich buiten de eigen cultuur bevonden werden gekarakteriseerd als anders en minderwaardig. Zulke vreemdelingen werden altijd afgezet tegen het eigen volk. Dat was beschaafd, nobel en bracht orde in chaos.
Vijfduizend jaar later is er aan vreemdelingenangst en -haat nog altijd geen gebrek. Enkele recente voorbeelden: in Zuid-Afrika klonk tijdens verkiezingscampagne van 2024 zoveel xenofobische retoriek dat Human Rights Watch waarschuwde dat dit kon leiden tot geweld tegen migranten; in China werden afgelopen zomer meerdere Japanners neergestoken nadat een golf van vreemdelingenhaat sociale media had overspoeld; en overal in de westerse wereld boeken politici die inspelen op het ongenoegen over de komst van migranten klinkende verkiezingswinst.
Deze schijnbaar mondiale afkeer voor ‘de ander’ roept vragen op. Waar komt xenofobie eigenlijk vandaan? Hoe wortelen zulke gevoelens zich in een samenleving? Waarom speelt deze angst op dit moment zo heftig op? Wanneer wordt angst haat – met alle gevaarlijke gevolgen van dien? En is daar iets tegen te doen?
Voor het begin van een antwoord op die vragen moeten we vér terug in de tijd – veel verder dan toen de oude Egyptenaren, Mesopotamiërs en Grieken hun afkeer van vreemdelingen op schrift stelden. Volgens evolutionair psychologen was het onderscheid tussen de eigen groep en ‘de ander’ namelijk al van groot belang in de tweehonderdduizend jaar dat Homo sapiens als jager-verzamelaar over de aarde trok. „En je ziet zo’n tweedeling ook bij onze verwanten als chimpansees en bonobo’s”, zegt Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht. „Alle primaten werken met in- en out-groups.”
Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander
Kees van den Bos —hoogleraar
De jager-verzamelaars die de voorouders waren van de huidige mensheid, hebben een evolutionair voordeel gehad van dit gedrag, zegt Van den Bos. „Om het eenvoudig te stellen: je kon pas goed op een mammoet jagen als je dat samen deed: de een maakte een mooie speer, de ander was de beste speurder en een derde de beste werper. Mensen die tot dit soort samenwerking geneigd waren, lagen beter in de groep en hadden daardoor meer kans hun genen door te geven.”
Samenwerken doe je eerder met een persoon van wie je weet dat die coöperatief is ingesteld én geen speer in je rug gooit als je even niet oplet, zegt Van den Bos. „Dat betekent dat ook het vermogen tot zelfcontrole waarschijnlijk een eigenschap is waarop positieve selectie heeft plaatsgevonden.”
De voordelen van groepslidmaatschap zijn voor een jager-verzamelaar evident, aldus Van den Bos. Maar wat te doen met een ander groepje Homo sapiens dat zijn oog op dezelfde mammoet heeft laten vallen? „Dan ontstaat er strijd. De groep die zich het scherpst bewust was van de mogelijke concurrentie en daartegen het trefzekerst optrad, had de meeste kans op overleven. In een dergelijke competitieve situatie wordt de band met de eigen groep nog sterker. Mensen houden van zulke situaties: we willen graag dat onze groep beter is dan de andere groep. Basking in reflected glory, noemen psychologen dat.”
Een voorliefde voor de eigen groep en afkeer van andere groepen was dus een belangrijk onderdeel van tweeduizend eeuwen evolutie van Homo sapiens. De mens is inmiddels al een jaar of 10.000 een honkvaste landbouwer, maar bezit deze reflexen nog steeds. Van den Bos: „Harvard-psycholoog Josh Green laat die doorwerking mooi zien in zijn boek Moral Tribes: Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them. Hij stelt: we zijn morele wezens – we streven het goede na, het morele, het juiste. Maar dan wél voor onze eigen stam. En ten opzichte van andere stammen kunnen we ons juist heel competitief, immoreel of zelfs agressief gedragen.”
Dit begint vaak met het naar beneden halen van de concurrent. Van den Bos: „Out-group derogation heet dat. Zoiets kan onschuldig beginnen – een pesterige opmerking – maar kan escaleren als de andere groep als moreel onrechtvaardig wordt gezien. Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander, zodat je niet meer te maken hebt met mensen van vlees en bloed. Daarna is de stap naar geweld makkelijker gezet.”

Ontstaan van de natiestaat

De moderne mens zit dus opgezadeld met een oeroude xenofobische impuls. Sociologen bestuderen hoe die gevoelens verankerd raken in de samenleving, zegt Marcel Lubbers. Hij is hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in onderzoek naar maatschappelijke cohesie en de invloed van migratie daarop. „Door instituties te creëren die in dienst staan van de eigen groep, wordt automatisch ook ‘de ander’ gedefinieerd. Daarmee is er dus niet langer sprake van een onbestemd gevoel over vreemdelingen, maar bakenen we duidelijk af wie er wel en wie er niet bij de in-group hoort.”
Een goed voorbeeld van dit proces, zegt Lubbers, was het ontstaan van de natiestaat in de negentiende eeuw. „Toen werden allerlei instituties in het leven geroepen die moesten definiëren wie er tot het ‘wij’ van deze staten behoorden: denk aan scholen en musea die dit idee van generatie op generatie hebben doorgegeven.”
Deze instituties zijn er niet alleen op gericht ‘wij’ en ‘zij’ te definiëren, zegt Lubbers. „Ze willen het ‘wij’ ook bestendigen en bevoordelen. Daartoe wordt het contrast met het ‘zij’ goed aangezet, soms zelfs zo stevig dat ‘de ander’ inferieur wordt gemaakt. Dat was bijvoorbeeld sterk het geval in de tijd van de slavernij, toen het racisme geïnstitutionaliseerd raakte dat de onmenselijke behandeling van zwarte mensen mogelijk maakte.”
Naast de behoefte van een samenleving om een duidelijke afscheiding tussen de eigen groep en de buitenwereld te creëren, is er nog een sociologische verklaring voor het voortdurende bestaan van xenofobie, zegt Lubbers. „Het betreft de zondeboktheorie. In een samenleving ontstaan op allerlei manieren frustratie. Om de samenhang in een maatschappij te kunnen behouden, wordt er gezocht naar manieren om die frustraties af te reageren. Daarvoor worden mensen gebruikt die niet behoren tot de in-group, zodat de interne cohesie van de ‘wij’ niet in gevaar komt. Dat is een moment dat vreemdelingenangst kan omslaan in vreemdelingenhaat, al dan niet met geweld. De ‘anderen’ worden een uitlaatklep.”
Die out-group hoeft daarvoor niet eens als inferieur te worden afgeschilderd, weet Lubbers. „Het is genoeg om te benadrukken dat deze mensen anders zijn. Je ziet dat radicaal-rechtse partijen dit doen. Zij zeggen: deze culturen zijn gewoon te verschillend om te mengen. Die notie alleen al leidt tot een versterking van het groepsgevoel.”

Existentiële dreiging

Onder welke omstandigheden kan het zover komen? Lubbers: „Als de onzekerheid in een samenleving te groot wordt. Dat kan op allerlei manieren: het kan gaan om politieke of economische instabiliteit, maar ook om de komst van grote groepen migranten. Dat zijn inderdaad zaken waar de westerse wereld de afgelopen jaren mee te maken heeft gehad.”
Vaak heeft de vreemdelingenhaat nog wel een zetje nodig van bovenaf, zegt Léonie de Jonge, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Tübingen en gespecialiseerd in radicaal- en extreemrechts. „In de context waarin ik xenofobie onderzoek, is die angst altijd heel sterk gekoppeld aan het nativisme: een vorm van nationalisme die stelt dat alle niet-inheemse elementen – en dan met name personen, maar ook ideeën – een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.”
Radicaal-rechtse politici mobiliseren culturele onvrede hierover en presenteren de aanwezigheid van migranten als een existentiële dreiging voor de maatschappij, ziet De Jonge. „Zij wakkeren de angst aan dat de samenleving wordt overspoeld door vreemdelingen, en plukken daar vervolgens de electorale vruchten van.”
Maar liften deze politici niet gewoon mee op sentimenten die sowieso aanwezig zijn in de maatschappij? De Jonge denkt van niet. „Ik vind België een fascinerende casus. Daar heb je in Vlaanderen een lange rechts-extreme politieke traditie, maar in Wallonië niet – terwijl uit onderzoek blijkt dat kiezers in Wallonië niet per se minder xenofoob zijn dan Vlamingen. Maar omdat die angst door de politici daar niet geactiveerd wordt – in Wallonië ligt meer de nadruk op economische thema’s – komt die vreemdelingenangst niet tot uitdrukking in stemgedrag.”
De Jonge denkt, net als socioloog Marcel Lubbers, dat radicaal- en extreemrechtse politici in tijden van crisis dit soort gevoelens makkelijker kunnen mobiliseren. „Maar maatschappelijk ongenoegen is hierbij dus niet doorslaggevend – zie Wallonië. Het is van groot belang of gevestigde politieke partijen en de media in dit soort tijden de angst voor buitenstaanders aanwakkeren, of juist dempen.”
Uit Nederlands onderzoek blijkt dat alleen al het praten over migratie in de media ervoor zorgt dat de PVV in de lift raakt, zegt De Jonge. „En als politici van de reguliere, meer rechtse en conservatieve partijen het hebben over migratie als een bedreiging voor de eigen cultuur, dan activeren zij sentimenten waarvan vooral partijen op de rechterflank profiteren.”
De opkomst van extreemrechts is dus geen natuurverschijnsel, benadrukt De Jonge. Ook niet nu overal in de westerse wereld hetzelfde lijkt te gebeuren. „De houding ten opzichte van migratie onder de Europese bevolking is de afgelopen twintig jaar eigenlijk niet fundamenteel veranderd, en eerder ietsje positiever dan negatiever geworden. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels laat dat mooi zien in zijn boek Democracy Erodes from the Top. Wat er is gebeurd: de gevestigde politieke partijen hebben het veld omgeploegd waarop Wilders en de zijnen nu oogsten.”

Opvoeding

De moderne mens zit dus met een 200.000 jaar oude neiging om zijn omgeving op te delen in ‘wij’ en ‘zij’, die onderverdeling is in de moderne samenleving geïnstitutionaliseerd geraakt én kan door politici op scherp worden gesteld voor electoraal gewin. Valt er tegen xenofobie en de daaruit voortvloeiende vreemdelingenhaat überhaupt wel iets te beginnen als het verschijnsel zulke sterke wortels heeft?
Daarover verschillen psychologen van mening, zegt Kees van den Bos. „Iemand als John Bargh, die onderzoek doet naar onbewuste denkprocessen, is van mening dat deze sentimenten zo diep in onze hersens vastzitten dat de xenofobische reflex automatisch is. Patricia Devine, een andere belangrijke wetenschapper op dit gebied, denkt ook dat de angst voor de ander als vanzelf opkomt – maar ook dat daarmee niet het hele verhaal verteld is.”
Mensen zijn namelijk bereid om onder de juiste omstandigheden die reflex te controleren en te temperen, stelt Devine. Van den Bos is het met haar eens, zegt hij. „Dat vermogen tot zelfcontrole is ook iets waarop waarschijnlijk al in de tijd van de jagers en verzamelaars is geselecteerd. Dat zie je in veel culturen terug. We willen kennelijk niet zo’n persoon zijn die toegeeft aan afkeer voor ‘de ander’. Dit zal met opvoeding te maken hebben: bij veel culturen wordt geleerd ‘het juiste’ te doen – ook ten opzichte van vreemdelingen. Uit onderzoek van Devine blijkt dat mensen echt bereid zijn tijd en energie te investeren in het onderdrukken van de xenofobische impuls.”
Voor wie moeite heeft om financieel zijn hoofd boven water te houden, of voor iemand die maar geen woning kan vinden, zal die energie er misschien niet altijd zijn, realiseert Van den Bos zich. „Hier moeten we zeker niet te simpel over doen. De overheid moet goed uitleggen waarom ze doet wat ze doet – denk aan het met voorrang toewijzen van woningen aan statushouders. Als mensen overheidshandelen als kundig en legitiem ervaren, zijn ze eerder bereid het te accepteren.”
Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen

Marcel Lubbers —hoogleraar

Instituties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zegt socioloog Marcel Lubbers. „Je kan daarin namelijk een norm van tolerantie vastleggen – uitdragen wat het belang daarvan is, en waarschuwen voor wat er gebeurt als het misgaat op dit vlak. Daarvoor zijn in het Europa van de twintigste eeuw genoeg voorbeelden te vinden.”
Verder zouden instituties – het gaat hier om de overheid, maar bijvoorbeeld ook om de media – moeten zoeken naar overkoepelende vormen van ‘wij-zijn’, vindt Lubbers. „Zoiets als de Europese Unie, bijvoorbeeld. Die is ontstaan om een eind te maken aan de interne spanningen in Europa.”
Zo’n pleidooi voor universalisme stuit wel op een belangrijk probleem, realiseert Lubbers zich. „Ja, want hoe verhoudt het zich tot de wens van de mens om zich thuis te voelen bij een eigen, duidelijk herkenbare groep?”
Het valt op dat er in veel landen waar extreemrechts in opmars is, een groot deel van de bevolking vervreemd is geraakt van een groep die vroeger voor cohesie zorgde, zegt Lubbers. „Denk aan het wegvallen van religie, van vakbonden, van het belang van sociale klasse. Daarvoor in de plaats is het vaderland gekomen, nationalisme.”
Wie hier iets aan wil doen, zal andere groepsgrenzen moeten activeren, zegt Lubbers. „Hier is veel onderzoek naar gedaan. Michèle Lamont bijvoorbeeld, een Canadese onderzoeker die ook een tijd in Nederland heeft gewerkt, heeft laten zien dat andere vormen van erkenning belangrijk kunnen zijn voor mensen die sterk gehecht zijn aan een natiestaat of een etnische groep. Door ze te erkennen voor hun bijdrage aan de maatschappij op andere vlakken – hun werk, hun inzet voor de regio waar ze wonen – kan je daar de angel uithalen.”
Dat werkt in ieder geval beter dan mensen toebijten dat ze een racist zijn, zag Lubbers in zijn eigen onderzoek. „Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen. Mensen worden eerder nog bozer, omdat anderen het weer beter zeggen te weten. Dan gaan de hakken in het zand.”
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 8 februari 2025.

Reacties uitgeschakeld voor Noot 111/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 110/Waarschuwing

[110]
NRC

Xenofobie is een oeroude angst die door stress kan omslaan in haat en geweld

6 FEBRUARI 2025
Geschiedenis Vreemdelingenangst is diep geworteld in de mens. Soms speelt die xenofobie hevig op en worden zondebokken met geweld bejegend. Hoe kan dat?
Bij de oude Egyptenaren heetten ze ni-remetjoe, niet-mensen. Bij de bevolking van Mesopotamië apiru, mensen van het vuil. En de Grieken hadden het over bárbaros, brabbelaars.
Wie denkt dat xenofobie – Grieks: angst voor vreemdelingen – een modern verschijnsel is, vergist zich. Zodra een beschaving het schrift ontdekte – of dat nou hiëroglyfen, spijkerschrift of het alfabet was – bleek dat er een pejoratief bestond voor buitenstaanders: een woord waarmee mensen die zich buiten de eigen cultuur bevonden werden gekarakteriseerd als anders en minderwaardig. Zulke vreemdelingen werden altijd afgezet tegen het eigen volk. Dat was beschaafd, nobel en bracht orde in chaos.
Vijfduizend jaar later is er aan vreemdelingenangst en -haat nog altijd geen gebrek. Enkele recente voorbeelden: in Zuid-Afrika klonk tijdens verkiezingscampagne van 2024 zoveel xenofobische retoriek dat Human Rights Watch waarschuwde dat dit kon leiden tot geweld tegen migranten; in China werden afgelopen zomer meerdere Japanners neergestoken nadat een golf van vreemdelingenhaat sociale media had overspoeld; en overal in de westerse wereld boeken politici die inspelen op het ongenoegen over de komst van migranten klinkende verkiezingswinst.
Deze schijnbaar mondiale afkeer voor ‘de ander’ roept vragen op. Waar komt xenofobie eigenlijk vandaan? Hoe wortelen zulke gevoelens zich in een samenleving? Waarom speelt deze angst op dit moment zo heftig op? Wanneer wordt angst haat – met alle gevaarlijke gevolgen van dien? En is daar iets tegen te doen?
Voor het begin van een antwoord op die vragen moeten we vér terug in de tijd – veel verder dan toen de oude Egyptenaren, Mesopotamiërs en Grieken hun afkeer van vreemdelingen op schrift stelden. Volgens evolutionair psychologen was het onderscheid tussen de eigen groep en ‘de ander’ namelijk al van groot belang in de tweehonderdduizend jaar dat Homo sapiens als jager-verzamelaar over de aarde trok. „En je ziet zo’n tweedeling ook bij onze verwanten als chimpansees en bonobo’s”, zegt Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht. „Alle primaten werken met in- en out-groups.”
Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander
Kees van den Bos —hoogleraar
De jager-verzamelaars die de voorouders waren van de huidige mensheid, hebben een evolutionair voordeel gehad van dit gedrag, zegt Van den Bos. „Om het eenvoudig te stellen: je kon pas goed op een mammoet jagen als je dat samen deed: de een maakte een mooie speer, de ander was de beste speurder en een derde de beste werper. Mensen die tot dit soort samenwerking geneigd waren, lagen beter in de groep en hadden daardoor meer kans hun genen door te geven.”
Samenwerken doe je eerder met een persoon van wie je weet dat die coöperatief is ingesteld én geen speer in je rug gooit als je even niet oplet, zegt Van den Bos. „Dat betekent dat ook het vermogen tot zelfcontrole waarschijnlijk een eigenschap is waarop positieve selectie heeft plaatsgevonden.”
De voordelen van groepslidmaatschap zijn voor een jager-verzamelaar evident, aldus Van den Bos. Maar wat te doen met een ander groepje Homo sapiens dat zijn oog op dezelfde mammoet heeft laten vallen? „Dan ontstaat er strijd. De groep die zich het scherpst bewust was van de mogelijke concurrentie en daartegen het trefzekerst optrad, had de meeste kans op overleven. In een dergelijke competitieve situatie wordt de band met de eigen groep nog sterker. Mensen houden van zulke situaties: we willen graag dat onze groep beter is dan de andere groep. Basking in reflected glory, noemen psychologen dat.”
Een voorliefde voor de eigen groep en afkeer van andere groepen was dus een belangrijk onderdeel van tweeduizend eeuwen evolutie van Homo sapiens. De mens is inmiddels al een jaar of 10.000 een honkvaste landbouwer, maar bezit deze reflexen nog steeds. Van den Bos: „Harvard-psycholoog Josh Green laat die doorwerking mooi zien in zijn boek Moral Tribes: Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them. Hij stelt: we zijn morele wezens – we streven het goede na, het morele, het juiste. Maar dan wél voor onze eigen stam. En ten opzichte van andere stammen kunnen we ons juist heel competitief, immoreel of zelfs agressief gedragen.”
Dit begint vaak met het naar beneden halen van de concurrent. Van den Bos: „Out-group derogation heet dat. Zoiets kan onschuldig beginnen – een pesterige opmerking – maar kan escaleren als de andere groep als moreel onrechtvaardig wordt gezien. Het proces verloopt geleidelijk: het begint met het dehumaniseren van de ander, zodat je niet meer te maken hebt met mensen van vlees en bloed. Daarna is de stap naar geweld makkelijker gezet.”

Ontstaan van de natiestaat

De moderne mens zit dus opgezadeld met een oeroude xenofobische impuls. Sociologen bestuderen hoe die gevoelens verankerd raken in de samenleving, zegt Marcel Lubbers. Hij is hoogleraar interdisciplinaire sociale wetenschap aan de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in onderzoek naar maatschappelijke cohesie en de invloed van migratie daarop. „Door instituties te creëren die in dienst staan van de eigen groep, wordt automatisch ook ‘de ander’ gedefinieerd. Daarmee is er dus niet langer sprake van een onbestemd gevoel over vreemdelingen, maar bakenen we duidelijk af wie er wel en wie er niet bij de in-group hoort.”
Een goed voorbeeld van dit proces, zegt Lubbers, was het ontstaan van de natiestaat in de negentiende eeuw. „Toen werden allerlei instituties in het leven geroepen die moesten definiëren wie er tot het ‘wij’ van deze staten behoorden: denk aan scholen en musea die dit idee van generatie op generatie hebben doorgegeven.”
Deze instituties zijn er niet alleen op gericht ‘wij’ en ‘zij’ te definiëren, zegt Lubbers. „Ze willen het ‘wij’ ook bestendigen en bevoordelen. Daartoe wordt het contrast met het ‘zij’ goed aangezet, soms zelfs zo stevig dat ‘de ander’ inferieur wordt gemaakt. Dat was bijvoorbeeld sterk het geval in de tijd van de slavernij, toen het racisme geïnstitutionaliseerd raakte dat de onmenselijke behandeling van zwarte mensen mogelijk maakte.”
Naast de behoefte van een samenleving om een duidelijke afscheiding tussen de eigen groep en de buitenwereld te creëren, is er nog een sociologische verklaring voor het voortdurende bestaan van xenofobie, zegt Lubbers. „Het betreft de zondeboktheorie. In een samenleving ontstaan op allerlei manieren frustratie. Om de samenhang in een maatschappij te kunnen behouden, wordt er gezocht naar manieren om die frustraties af te reageren. Daarvoor worden mensen gebruikt die niet behoren tot de in-group, zodat de interne cohesie van de ‘wij’ niet in gevaar komt. Dat is een moment dat vreemdelingenangst kan omslaan in vreemdelingenhaat, al dan niet met geweld. De ‘anderen’ worden een uitlaatklep.”
Die out-group hoeft daarvoor niet eens als inferieur te worden afgeschilderd, weet Lubbers. „Het is genoeg om te benadrukken dat deze mensen anders zijn. Je ziet dat radicaal-rechtse partijen dit doen. Zij zeggen: deze culturen zijn gewoon te verschillend om te mengen. Die notie alleen al leidt tot een versterking van het groepsgevoel.”

Existentiële dreiging

Onder welke omstandigheden kan het zover komen? Lubbers: „Als de onzekerheid in een samenleving te groot wordt. Dat kan op allerlei manieren: het kan gaan om politieke of economische instabiliteit, maar ook om de komst van grote groepen migranten. Dat zijn inderdaad zaken waar de westerse wereld de afgelopen jaren mee te maken heeft gehad.”
Vaak heeft de vreemdelingenhaat nog wel een zetje nodig van bovenaf, zegt Léonie de Jonge, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Tübingen en gespecialiseerd in radicaal- en extreemrechts. „In de context waarin ik xenofobie onderzoek, is die angst altijd heel sterk gekoppeld aan het nativisme: een vorm van nationalisme die stelt dat alle niet-inheemse elementen – en dan met name personen, maar ook ideeën – een bedreiging vormen voor de homogene natiestaat.”
Radicaal-rechtse politici mobiliseren culturele onvrede hierover en presenteren de aanwezigheid van migranten als een existentiële dreiging voor de maatschappij, ziet De Jonge. „Zij wakkeren de angst aan dat de samenleving wordt overspoeld door vreemdelingen, en plukken daar vervolgens de electorale vruchten van.”
Maar liften deze politici niet gewoon mee op sentimenten die sowieso aanwezig zijn in de maatschappij? De Jonge denkt van niet. „Ik vind België een fascinerende casus. Daar heb je in Vlaanderen een lange rechts-extreme politieke traditie, maar in Wallonië niet – terwijl uit onderzoek blijkt dat kiezers in Wallonië niet per se minder xenofoob zijn dan Vlamingen. Maar omdat die angst door de politici daar niet geactiveerd wordt – in Wallonië ligt meer de nadruk op economische thema’s – komt die vreemdelingenangst niet tot uitdrukking in stemgedrag.”
De Jonge denkt, net als socioloog Marcel Lubbers, dat radicaal- en extreemrechtse politici in tijden van crisis dit soort gevoelens makkelijker kunnen mobiliseren. „Maar maatschappelijk ongenoegen is hierbij dus niet doorslaggevend – zie Wallonië. Het is van groot belang of gevestigde politieke partijen en de media in dit soort tijden de angst voor buitenstaanders aanwakkeren, of juist dempen.”
Uit Nederlands onderzoek blijkt dat alleen al het praten over migratie in de media ervoor zorgt dat de PVV in de lift raakt, zegt De Jonge. „En als politici van de reguliere, meer rechtse en conservatieve partijen het hebben over migratie als een bedreiging voor de eigen cultuur, dan activeren zij sentimenten waarvan vooral partijen op de rechterflank profiteren.”
De opkomst van extreemrechts is dus geen natuurverschijnsel, benadrukt De Jonge. Ook niet nu overal in de westerse wereld hetzelfde lijkt te gebeuren. „De houding ten opzichte van migratie onder de Europese bevolking is de afgelopen twintig jaar eigenlijk niet fundamenteel veranderd, en eerder ietsje positiever dan negatiever geworden. De Amerikaanse politicoloog Larry Bartels laat dat mooi zien in zijn boek Democracy Erodes from the Top. Wat er is gebeurd: de gevestigde politieke partijen hebben het veld omgeploegd waarop Wilders en de zijnen nu oogsten.”

Opvoeding

De moderne mens zit dus met een 200.000 jaar oude neiging om zijn omgeving op te delen in ‘wij’ en ‘zij’, die onderverdeling is in de moderne samenleving geïnstitutionaliseerd geraakt én kan door politici op scherp worden gesteld voor electoraal gewin. Valt er tegen xenofobie en de daaruit voortvloeiende vreemdelingenhaat überhaupt wel iets te beginnen als het verschijnsel zulke sterke wortels heeft?
Daarover verschillen psychologen van mening, zegt Kees van den Bos. „Iemand als John Bargh, die onderzoek doet naar onbewuste denkprocessen, is van mening dat deze sentimenten zo diep in onze hersens vastzitten dat de xenofobische reflex automatisch is. Patricia Devine, een andere belangrijke wetenschapper op dit gebied, denkt ook dat de angst voor de ander als vanzelf opkomt – maar ook dat daarmee niet het hele verhaal verteld is.”
Mensen zijn namelijk bereid om onder de juiste omstandigheden die reflex te controleren en te temperen, stelt Devine. Van den Bos is het met haar eens, zegt hij. „Dat vermogen tot zelfcontrole is ook iets waarop waarschijnlijk al in de tijd van de jagers en verzamelaars is geselecteerd. Dat zie je in veel culturen terug. We willen kennelijk niet zo’n persoon zijn die toegeeft aan afkeer voor ‘de ander’. Dit zal met opvoeding te maken hebben: bij veel culturen wordt geleerd ‘het juiste’ te doen – ook ten opzichte van vreemdelingen. Uit onderzoek van Devine blijkt dat mensen echt bereid zijn tijd en energie te investeren in het onderdrukken van de xenofobische impuls.”
Voor wie moeite heeft om financieel zijn hoofd boven water te houden, of voor iemand die maar geen woning kan vinden, zal die energie er misschien niet altijd zijn, realiseert Van den Bos zich. „Hier moeten we zeker niet te simpel over doen. De overheid moet goed uitleggen waarom ze doet wat ze doet – denk aan het met voorrang toewijzen van woningen aan statushouders. Als mensen overheidshandelen als kundig en legitiem ervaren, zijn ze eerder bereid het te accepteren.”
Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen

Marcel Lubbers —hoogleraar

Instituties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zegt socioloog Marcel Lubbers. „Je kan daarin namelijk een norm van tolerantie vastleggen – uitdragen wat het belang daarvan is, en waarschuwen voor wat er gebeurt als het misgaat op dit vlak. Daarvoor zijn in het Europa van de twintigste eeuw genoeg voorbeelden te vinden.”
Verder zouden instituties – het gaat hier om de overheid, maar bijvoorbeeld ook om de media – moeten zoeken naar overkoepelende vormen van ‘wij-zijn’, vindt Lubbers. „Zoiets als de Europese Unie, bijvoorbeeld. Die is ontstaan om een eind te maken aan de interne spanningen in Europa.”
Zo’n pleidooi voor universalisme stuit wel op een belangrijk probleem, realiseert Lubbers zich. „Ja, want hoe verhoudt het zich tot de wens van de mens om zich thuis te voelen bij een eigen, duidelijk herkenbare groep?”
Het valt op dat er in veel landen waar extreemrechts in opmars is, een groot deel van de bevolking vervreemd is geraakt van een groep die vroeger voor cohesie zorgde, zegt Lubbers. „Denk aan het wegvallen van religie, van vakbonden, van het belang van sociale klasse. Daarvoor in de plaats is het vaderland gekomen, nationalisme.”
Wie hier iets aan wil doen, zal andere groepsgrenzen moeten activeren, zegt Lubbers. „Hier is veel onderzoek naar gedaan. Michèle Lamont bijvoorbeeld, een Canadese onderzoeker die ook een tijd in Nederland heeft gewerkt, heeft laten zien dat andere vormen van erkenning belangrijk kunnen zijn voor mensen die sterk gehecht zijn aan een natiestaat of een etnische groep. Door ze te erkennen voor hun bijdrage aan de maatschappij op andere vlakken – hun werk, hun inzet voor de regio waar ze wonen – kan je daar de angel uithalen.”
Dat werkt in ieder geval beter dan mensen toebijten dat ze een racist zijn, zag Lubbers in zijn eigen onderzoek. „Als je iemand wegzet als extreemrechts of racistisch, leidt dat niet tot een verandering van opvattingen. Mensen worden eerder nog bozer, omdat anderen het weer beter zeggen te weten. Dan gaan de hakken in het zand.”
Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 8 februari 2025.

Reacties uitgeschakeld voor Noot 110/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 109/Waarschuwing

[109]
AI-overzicht
Evolutionair gezien is empathie ouder dan compassie. Empathie is een diepgeworteld mechanisme dat we delen met veel sociale diersoorten. Compassie is een complexer, recenter vermogen dat specifiek is ontwikkeld om te kunnen handelen zonder jezelf te verliezen. [12]
Hier is hoe beide concepten zich verhouden tot de in-group (de eigen groep) en de out-group (de ‘vreemden’):
1. Empathie: Evolutionair ouder en In-group gericht
  • Oorsprong: Empathie is de capaciteit om de emoties van een ander te voelen en te begrijpen. Het is evolutionair ontstaan uit ouderzorg (het overleven van het nageslacht) en de noodzaak om samen te werken in kleine stammen. [1234]
  • De In-Group bias: Empathie is biologisch gezien van nature selectief. Het helpt enorm om sociale cohesie binnen de eigen groep (in-group) te bewaren, maar het activeert onbewust ook angst of argwaan richting de buitenstaander (out-group). Het kan zelfs leiden tot parochial altruism: het opofferen voor de eigen groep gepaard met vijandigheid naar de out-group. [1234]
2. Compassie: Evolutionair jonger en meer inclusief
  • Oorsprong: Compassie is het vermogen om de pijn van een ander te zien, zonder de emotionele last (de pijn of het leed) zelf intens mee te voelen. Het activeert andere hersengebieden (zoals de beloningscentra) en is meer gericht op actie om te helpen. [123]
  • De In/Out-Group dynamiek: Omdat compassie (in tegenstelling tot empathie) niet gepaard gaat met het overnemen van andermans stress of angst, is het evolutionair gezien een ‘hoger’ mechanisme. Het is flexibeler en laat zich minder leiden door groepsgrenzen. Terwijl empathie voor een out-group moeizaam kan zijn of zelfs kan omslaan in empathisch falen, stelt compassie je in staat om zorg te bieden op basis van universele menselijkheid, onafhankelijk van groepsidentiteit. [1234]
In het licht van de In en Out Group is empathie dus het oudere mechanisme dat ons oorspronkelijk bond aan de eigen groep. Compassie is evolutionair jonger en ontwikkelde zich als een constructieve intentie om, los van groepsgrenzen, te kunnen zorgen voor het welzijn van een ander. [12345]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 109/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noten 107 en 108/Waarschuwing

[107]
AI-overzicht
Ja, compassie is een sterk evolutionair mechanisme dat ons in staat stelt om het In-Group (de eigen groep) en Out-Group (de ‘andere’ groep) denken te relativeren. Het helpt ons om de automatische angst en vijandigheid voor vreemden om te zetten in empathie en begrip. [123]
Het evolutionaire doel van In en Out Group
  • Overleving: In onze evolutionaire geschiedenis was het leven in een hechte groep (In-Group) essentieel voor overleving. Het zorgde voor veiligheid, voedsel en bescherming. [1]
  • Wantrouwen: Om diezelfde reden ontwikkelden we een aangeboren neiging tot wantrouwen en angst (Out-Group bias) tegenover onbekenden of rivaliserende stammen; zij vormden immers een potentiële bedreiging voor schaarse hulpbronnen. [1]
Hoe compassie de kloof overbrugt
Vanuit de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen wordt compassie gezien als een apart overlevingsmechanisme, gekoppeld aan ons zorgsysteem (denk aan de zorg voor kwetsbare nakomelingen). [1]
  • Oxytocine: Dit ‘knuffelhormoon’ stimuleert verbinding en altruïsme. Hoewel het van nature vooral de eigen groep beschermt, kan het – mits geactiveerd door sociaal contact – ook zorgen voor universeel vertrouwen en empathie. [12]
  • Relativering door gedeelde identiteit: Ons brein is flexibel. Door compassie actief in te zetten, leert het brein de Out-Group niet langer als een bedreiging te zien, maar als soortgenoten die net als wij lijden en verlangen naar geluk.
  • Dehumanisering tegengaan: Compassie doorbreekt de automatische reactie van angst en het ‘dehumaniseren’ van de ander. Het verbreedt de cirkel van onze ‘morele gemeenschap’. [1]
Kanttekening
Het is geen vanzelfsprekend automatisme. De evolutionaire drang om de eigen groep te bevoordelen (In-Group favoritisme) is nog altijd zeer krachtig. Compassie moet vaak bewust worden getraind en gestimuleerd om de oeroude angst voor de onbekende ‘ander’ te overstijgen. [1234]
ANDERE AI
AI-overzicht
Ja, compassie is een sterk ontwikkeld evolutionair mechanisme, maar het is van nature selectief. Hoewel compassie ons helpt om voor onze eigen groep (de in-group) te zorgen, kan het onder de juiste omstandigheden ook worden ingezet om de kloof met de out-group te overbruggen. [123]
De werking en de beperkingen hiervan in de evolutie zien er als volgt uit:
1. De evolutionaire functie van compassie
  • Zorg voor nakomelingen: Volgens evolutionaire biologen is compassie ontstaan als onderdeel van ons ‘zorgsysteem’. Het zorgt ervoor dat ouders kwetsbare nakomelingen beschermen en grootbrengen. [1]
  • Overleving van de groep: In de oertijd waren mensen sterk afhankelijk van groepsverbanden (de in-group). Compassie en altruïsme versterkten de onderlinge banden, wat de overlevingskansen van de hele groep vergrootte. [123]
2. Het in-group vs. out-group mechanisme
  • Biologische bias: Vanuit evolutionair perspectief zijn we geprogrammeerd om ons veiliger te voelen bij mensen die op ons lijken (de in-group). Dit leidt tot ‘in-group favoritism’ en vaak wantrouwen of vijandigheid naar onbekenden (de out-group). [12]
  • De rol van Oxytocine: Het hormoon oxytocine speelt een grote rol bij compassie en groepsbinding, maar onderzoek toont aan dat het ook de afkeer tegenover de out-group juist kan versterken als er competitie is om schaarse middelen. [1]
3. Hoe compassie de out-group wél kan bereiken
  • Gedeelde menselijkheid: Recent onderzoek in de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen toont aan dat compassie verder kan reiken dan de eigen groep. Door de focus te leggen op een gedeelde identiteit of gemeenschappelijke kwetsbaarheid, kunnen de hersenen de out-group alsnog als deel van de eigen groep gaan beschouwen. [12]
  • Cultuur en cognitie: Naast onze biologische instincten beschikken we over complexe cognitieve vermogens. We kunnen onze empathie en compassie trainen en bewust inzetten om begrip te creëren voor andere groepen, waardoor de strikte in-group/out-group dynamiek wordt gerelativeerd. [1]
Het is dus een dynamisch proces: compassie is initieel ontworpen om de eigen soort te beschermen, maar het is flexibel genoeg om empathie op te wekken voor de ‘ander’ zodra we ons bewust worden van onze gedeelde menselijkheid. [12]
[108]
AI-overzicht
Ja, compassie is een sterk evolutionair mechanisme dat ons in staat stelt om het In-Group (de eigen groep) en Out-Group (de ‘andere’ groep) denken te relativeren. Het helpt ons om de automatische angst en vijandigheid voor vreemden om te zetten in empathie en begrip. [123]
Het evolutionaire doel van In en Out Group
  • Overleving: In onze evolutionaire geschiedenis was het leven in een hechte groep (In-Group) essentieel voor overleving. Het zorgde voor veiligheid, voedsel en bescherming. [1]
  • Wantrouwen: Om diezelfde reden ontwikkelden we een aangeboren neiging tot wantrouwen en angst (Out-Group bias) tegenover onbekenden of rivaliserende stammen; zij vormden immers een potentiële bedreiging voor schaarse hulpbronnen. [1]
Hoe compassie de kloof overbrugt
Vanuit de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen wordt compassie gezien als een apart overlevingsmechanisme, gekoppeld aan ons zorgsysteem (denk aan de zorg voor kwetsbare nakomelingen). [1]
  • Oxytocine: Dit ‘knuffelhormoon’ stimuleert verbinding en altruïsme. Hoewel het van nature vooral de eigen groep beschermt, kan het – mits geactiveerd door sociaal contact – ook zorgen voor universeel vertrouwen en empathie. [12]
  • Relativering door gedeelde identiteit: Ons brein is flexibel. Door compassie actief in te zetten, leert het brein de Out-Group niet langer als een bedreiging te zien, maar als soortgenoten die net als wij lijden en verlangen naar geluk.
  • Dehumanisering tegengaan: Compassie doorbreekt de automatische reactie van angst en het ‘dehumaniseren’ van de ander. Het verbreedt de cirkel van onze ‘morele gemeenschap’. [1]
Kanttekening
Het is geen vanzelfsprekend automatisme. De evolutionaire drang om de eigen groep te bevoordelen (In-Group favoritisme) is nog altijd zeer krachtig. Compassie moet vaak bewust worden getraind en gestimuleerd om de oeroude angst voor de onbekende ‘ander’ te overstijgen. [1234]
ANDERE AI
AI-overzicht
Ja, compassie is een sterk ontwikkeld evolutionair mechanisme, maar het is van nature selectief. Hoewel compassie ons helpt om voor onze eigen groep (de in-group) te zorgen, kan het onder de juiste omstandigheden ook worden ingezet om de kloof met de out-group te overbruggen. [123]
De werking en de beperkingen hiervan in de evolutie zien er als volgt uit:
1. De evolutionaire functie van compassie
  • Zorg voor nakomelingen: Volgens evolutionaire biologen is compassie ontstaan als onderdeel van ons ‘zorgsysteem’. Het zorgt ervoor dat ouders kwetsbare nakomelingen beschermen en grootbrengen. [1]
  • Overleving van de groep: In de oertijd waren mensen sterk afhankelijk van groepsverbanden (de in-group). Compassie en altruïsme versterkten de onderlinge banden, wat de overlevingskansen van de hele groep vergrootte. [123]
2. Het in-group vs. out-group mechanisme
  • Biologische bias: Vanuit evolutionair perspectief zijn we geprogrammeerd om ons veiliger te voelen bij mensen die op ons lijken (de in-group). Dit leidt tot ‘in-group favoritism’ en vaak wantrouwen of vijandigheid naar onbekenden (de out-group). [12]
  • De rol van Oxytocine: Het hormoon oxytocine speelt een grote rol bij compassie en groepsbinding, maar onderzoek toont aan dat het ook de afkeer tegenover de out-group juist kan versterken als er competitie is om schaarse middelen. [1]
3. Hoe compassie de out-group wél kan bereiken
  • Gedeelde menselijkheid: Recent onderzoek in de evolutionaire psychologie en neurowetenschappen toont aan dat compassie verder kan reiken dan de eigen groep. Door de focus te leggen op een gedeelde identiteit of gemeenschappelijke kwetsbaarheid, kunnen de hersenen de out-group alsnog als deel van de eigen groep gaan beschouwen. [12]
  • Cultuur en cognitie: Naast onze biologische instincten beschikken we over complexe cognitieve vermogens. We kunnen onze empathie en compassie trainen en bewust inzetten om begrip te creëren voor andere groepen, waardoor de strikte in-group/out-group dynamiek wordt gerelativeerd. [1]
Het is dus een dynamisch proces: compassie is initieel ontworpen om de eigen soort te beschermen, maar het is flexibel genoeg om empathie op te wekken voor de ‘ander’ zodra we ons bewust worden van onze gedeelde menselijkheid. [12]

Reacties uitgeschakeld voor Noten 107 en 108/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 106/Waarschuwing

Astrid Essed astridessed1@gmail.com

11:24 (7 uur geleden)

aan mij
[106]
AI-overzicht
De geschiedenis van de mensheid wordt gekenmerkt door een constante spanning tussen empathie (goede wil) en wreedheid, grotendeels gedreven door de evolutionaire psychologie van de ‘in-group’ (de eigen groep) en de ‘out-group’ (de vreemden of rivalen). Dit mechanisme bepaalt al millennia hoe beschavingen met elkaar omgaan. [123]
De Psychologische Wortels van Wij-Zij Denken
  • Sociale Identiteit: De mens heeft een diepgewortelde biologische en sociale behoefte om bij een groep te horen, wat zorgt voor een gevoel van veiligheid. [12]
  • In-group Favoritisme: Mensen zijn van nature geneigd om de eigen groep te bevoordelen, aardiger te zijn voor elkaar en empathie te tonen voor soortgenoten. [12]
  • De Out-group Empathiekloof: Zodra we mensen als ‘de ander’ categoriseren, neemt ons vermogen om met hen mee te voelen drastisch af. Historisch gezien leidde dit tot angst, vooroordelen en in extreme gevallen agressie tegen de uit-groep. [123]
Historische Strijd: Wreedheid als Gevolg van Groepsdenken
Wreedheid in de geschiedenis – zoals slavernij, oorlogen en genociden – is vaak geen kwestie van louter sadisme. Het vloeit meestal voort uit het beschermen van de eigen groep (in-group). [123]
  • De-humanisering: Om wreedheid moreel acceptabel te maken voor ‘normale’ burgers, worden out-groepen in de geschiedenis vaak neergezet als minder dan menselijk. [1]
  • Morele Uitsluiting: Daden van geweld worden in de beleving van de daders soms gezien als noodzakelijk voor het behoud of de eer van de eigen cultuur. [1]
Goede Wil: De Overbrugging van Grenzen
Tegenover deze wreedheid staat de menselijke capaciteit om de grenzen van de eigen groep te overstijgen.
  • Samenwerking en Handel: Al sinds de oudheid (bijvoorbeeld langs de Zijderoute) dwingt de noodzaak tot overleven en bloei ons ertoe om vriendschappen en allianties te sluiten met vreemden. [1]
  • Out-group Empathie: Het bewust inleven in de ervaringen van de ander helpt om interculturele conflicten te verminderen en vrede op te bouwen. [12]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 106/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 105A/Waarschuwing

[105A]
AI-overzicht
De geschiedenis van de mensheid wordt gekenmerkt door een constante spanning tussen empathie (goede wil) en wreedheid, grotendeels gedreven door de evolutionaire psychologie van de ‘in-group’ (de eigen groep) en de ‘out-group’ (de vreemden of rivalen). Dit mechanisme bepaalt al millennia hoe beschavingen met elkaar omgaan. [123]
De Psychologische Wortels van Wij-Zij Denken
  • Sociale Identiteit: De mens heeft een diepgewortelde biologische en sociale behoefte om bij een groep te horen, wat zorgt voor een gevoel van veiligheid. [12]
  • In-group Favoritisme: Mensen zijn van nature geneigd om de eigen groep te bevoordelen, aardiger te zijn voor elkaar en empathie te tonen voor soortgenoten. [12]
  • De Out-group Empathiekloof: Zodra we mensen als ‘de ander’ categoriseren, neemt ons vermogen om met hen mee te voelen drastisch af. Historisch gezien leidde dit tot angst, vooroordelen en in extreme gevallen agressie tegen de uit-groep. [123]
Historische Strijd: Wreedheid als Gevolg van Groepsdenken
Wreedheid in de geschiedenis – zoals slavernij, oorlogen en genociden – is vaak geen kwestie van louter sadisme. Het vloeit meestal voort uit het beschermen van de eigen groep (in-group). [123]
  • De-humanisering: Om wreedheid moreel acceptabel te maken voor ‘normale’ burgers, worden out-groepen in de geschiedenis vaak neergezet als minder dan menselijk. [1]
  • Morele Uitsluiting: Daden van geweld worden in de beleving van de daders soms gezien als noodzakelijk voor het behoud of de eer van de eigen cultuur. [1]
Goede Wil: De Overbrugging van Grenzen
Tegenover deze wreedheid staat de menselijke capaciteit om de grenzen van de eigen groep te overstijgen.
  • Samenwerking en Handel: Al sinds de oudheid (bijvoorbeeld langs de Zijderoute) dwingt de noodzaak tot overleven en bloei ons ertoe om vriendschappen en allianties te sluiten met vreemden. [1]
  • Out-group Empathie: Het bewust inleven in de ervaringen van de ander helpt om interculturele conflicten te verminderen en vrede op te bouwen. [12]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 105A/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 105/Waarschuwing

[105]
VRAAG ASTRID ESSED AAN AI
WAT IS DE DIEPERE OORZAAK VAN EEN IN EN OUT GROUP
AI
De diepere oorzaak van het indelen van de wereld in een in-group (de eigen groep) en een out-group (de ‘anderen’) is terug te voeren op twee fundamentele drijfveren: evolutionaire overleving en het psychologische verlangen naar eigenwaarde. [12]
Dit fenomeen wordt in de sociale psychologie uitgebreid verklaard door de Social Identity Theory. [1]
Hieronder zijn de diepere oorzaken overzichtelijk opgesplitst:
1. Evolutionaire drang naar overleving
Vanuit evolutionair perspectief waren onze voorouders afhankelijk van de groep om te overleven. [1]
  • Veiligheid in getale: Samenwerken, jagen en kinderen opvoeden in een hechte stam verhoogde de overlevingskans.
  • Wantrouwen tegenover het onbekende: Vreemdelingen vormden in de oertijd vaak een fysieke bedreiging (gevaar voor conflicten, ziektes of concurrentie om schaarse middelen). [1]
  • Onbewuste waakzaamheid: Het brein is geëvolueerd om snel onderscheid te maken tussen ‘veilig’ (de eigen groep) en ‘onveilig’ (de out-group). [12]
2. De zoektocht naar identiteit en eigenwaarde
Volgens de Social Identity Theory ontlenen we een groot deel van onze identiteit en ons zelfbeeld aan de groepen waar we bij horen. [1]
  • Sociale categorisatie: Het brein deelt de wereld automatisch in hokjes in om onze complexe omgeving begrijpelijk te houden.
  • Sociale identificatie: We nemen de normen, waarden en kenmerken van onze eigen groep over en maken die onderdeel van ons eigen ‘ik’.
  • Sociale vergelijking: Om onszelf goed te laten voelen, vergelijken we onze in-group met andere groepen. We hebben de neiging om de eigen groep onbewust positiever te beoordelen dan de out-group, om zo onze eigenwaarde en trots een boost te geven. [12345]
3. Cognitieve vertekeningen (Biases)
Doordat ons brein patronen wil herkennen, ontstaan er automatisch denkfouten die de in/out-group dynamiek versterken: [123]
  • Ingroup-favoritisme: Leden van de eigen groep krijgen automatisch het voordeel van de twijfel, steun en sympathie.
  • Outgroup-homogeniteit: De neiging om alle leden van de andere groep als identiek en inwisselbaar te zien (‘Zij zijn allemaal hetzelfde’), terwijl we de eigen groep juist als divers en genuanceerd beschouwen. [123]
Gevolgen van in- en out-group denken
Dit mechanisme kan leiden tot saamhorigheid en sterke samenwerking, maar ook tot vooroordelen, uitsluiting en polarisatie. In de sociologie staat dit spanningsveld ook wel bekend als de wij-zij tegenstelling. Meer informatie over de mechanismen achter deze groepsdynamiek is te vinden op Wikipedia over In-groep en uit-groep. [12467]
AI
VRAAG ASTRID ESSED AAN AI
”WE WETEN DAT UITSLUITING TOT AUSCHWITZ LEIDT/WAT ZIJN DAN OEROORZAKEN WAARDOOR XENOFOBIE TOCH WEER DE KOP OPSTEEKT?
ANTWOORDEN DIVERSE AI’S
AI-overzicht
Xenofobie is diepgeworteld in de menselijke biologie en psychologie. De oeroorzaken waardoor deze angst voor het onbekende telkens weer de kop opsteekt, zijn terug te voeren op evolutionaire overlevingsmechanismen, aangevuld met actuele maatschappelijke stressfactoren. [12]
1. Evolutionaire angst en de ‘wij-zij’ reflex
Vanuit evolutionair oogpunt is het menselijk brein voorgeprogrammeerd om onderscheid te maken tussen de eigen groep en vreemden. De zogeheten ‘wij-zij’ reflex hielp onze voorouders te overleven. Wat bekend en vertrouwd was, betekende veiligheid, terwijl het onbekende (nieuwe mensen, andere gewoontes) potentieel gevaar of ziekte met zich mee kon brengen. [123]
2. Het gedragsimmuunsysteem
Wetenschappers linken xenofobie wel eens aan het ‘gedragsimmuunsysteem’. Dit is een onbewust psychologisch mechanisme dat ons waakzaam maakt voor ziektekiemen of afwijkende normen bij vreemden, om zo de eigen gezondheid en cultuur te beschermen. [1]
3. Stress en onzekerheid
Onder invloed van maatschappelijke stress (zoals economische onzekerheid, polarisatie, of de nasleep van uitsluiting) laait deze oerangst sterker op. Stressoren leiden tot een grotere behoefte aan controle en houvast. De ‘vreemdeling’ wordt in zulke tijden door angstgevoelens sneller gezien als de oorzaak van de problemen of als een bedreiging voor de eigen identiteit. [123]
4. Sociale identiteit en zondebokken
Mensen ontlenen een groot deel van hun eigenwaarde aan de groep waartoe ze behoren. Wanneer er collectieve angst of frustratie heerst, is het een bekend sociologisch fenomeen dat leiders of groeperingen deze gevoelens kanaliseren. Het aanwijzen van een zondebok (een minderheid of een specifieke groep) leidt af van complexe, onderliggende problemen en creëert schijnbaar eenvoudige ‘wij-tegen-zij’ oplossingen. [123]
Het mechanisme dat uitsluiting legitimeert en kan escaleren, is onlangs nog scherp geanalyseerd door het Nederlands Auschwitz Comité. Het besef dat deze angsten universeel zijn, benadrukt ook het belang van de educatieve projecten en waarschuwingen rondom uitsluiting die het Comité uitdraagt. [12]
AI-overzicht
Xenofobie wortelt in een oeroude evolutionaire angst voor het onbekende, gecombineerd met de menselijke neiging tot sterke groepsvorming (wij tegenover zij). Onder invloed van stress, onzekerheid en maatschappelijke spanningen laait deze latente angst vaak op, wat kan leiden tot het aanwijzen van zondebokken en uiteindelijk tot uitsluiting. [1234]
Wetenschappelijk en sociologisch gezien zijn de oeroorzaken van het steeds weer de kop opsteken van xenofobie terug te voeren op de volgende mechanismen:
  • De evolutionaire ‘stam’-reflex: De mens is geëvolueerd in kleine groepen. Om te overleven vertrouwden we op ons eigen volk en waren we instinctief op onze hoede voor vreemden die mogelijk gevaar of concurrentie voor schaarse middelen met zich meebrachten. [12]
  • Groepsidentiteit en Ingroup bias: Het menselijk brein deelt de wereld automatisch in categorieën. We hebben een aangeboren voorkeur voor onze eigen groep (de ingroup) en projecteren onbewust vaker negatieve eigenschappen op de buitenstaander (de outgroup). [12]
  • Stress en bestaanszekerheid: Volgens psychologisch onderzoek functioneert xenofobie als een verdedigingsmechanisme. In tijden van economische crisis, pandemieën, of snelle maatschappelijke veranderingen (zoals globalisering), stijgt de stress. Mensen zoeken houvast en de angst voor verlies van status of middelen maakt hen vatbaarder voor vijandbeelden. [123]
  • Politieke en maatschappelijke ‘voeding’: Het wantrouwen tegenover vreemden is vaak latent aanwezig, maar wordt manifest wanneer politieke leiders, media of belangengroepen deze angst actief instrumentaliseren en aanzetten tot polarisatie. Het criminaliseren van de ‘ander’ creëert een voedingsbodem voor uitsluiting. [123]
De geschiedenis leert dat deze mechanismen nooit helemaal verdwijnen, maar onder de juiste omstandigheden door stress en manipulatie kunnen ontaarden in geweld en systemische discriminatie. Instellingen zoals het Nationaal Holocaust Museum spelen juist daarom een cruciale rol in het waarschuwen tegen hedendaagse uitsluiting. [12345]

Reacties uitgeschakeld voor Noot 105/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 104/Waarschuwing

[104]
WIKIPEDIA
NATIONALE DODENHERDENKING

Reacties uitgeschakeld voor Noot 104/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 103/Waarschuwing

[103]
LIDEWIJ DE VOS[FORUM] IN DE TWEEDE KAMER/A EN B NEDERLANDERS

Reacties uitgeschakeld voor Noot 103/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers

Noot 102/Waarschuwing

[102]
LIDEWIJ DE VOS[FORUM] IN DE TWEEDE KAMER/A EN B NEDERLANDERS

Reacties uitgeschakeld voor Noot 102/Waarschuwing

Opgeslagen onder Divers